Fotoverantwoording / krantenartikels / video © Visserijarchief G.J. van Welie - De Leidse Courant - SCH.Haven - HKV Velsen - Ed van Steenkiste - NH Archief

Om de artikelen uit te vergroten, dient men 1 of 2 keer te klikken op het artikel

De gebruikte scheepstypes voor de haringvisserij waren buizen of bomschuiten en (zeil)loggers. De toen voor de zeevisserij gebruikte, plompe bomschuit was een te traag zeilschip, ze was voor de plaatselijke vleetvisserij, die sterk in opkomst was eind 19e eeuw, niet goed bruikbaar. De logger (Franse benaming = Lougré) is van oorsprong een  Frans houten zeevissersvaartuig dat in 1866 voor het eerst in Nederland werd geïntroduceerd. Het schip was expliciet bestemd voor de Noordzeevisserij op haring. Daarvoor waren speciale haringnetten, de zogeheten vleet in gebruik. Tot na het midden van de twintigste eeuw zou het scheepstype, inmiddels met een stalen romp en dieselaandrijving, de Nederlandse vissersvloot domineren. 

De eerste Nederlandse (zeil)logger liep in april 1867 van stapel. De afmetingen van de eerste logger waren: lengte 17 meter, breedte 5,55 meter, diepte 2,40 meter en inhoud 45-50 ton. Andere vissersplaatsen pasten weldra met de logger hun vloot aan.

Aan het eind van de jaren zestig van de 20e eeuw maakte de (passieve) vleetvisserij op haring plaats voor de trawlvisserij, hierbij werd een groot sleepnet door het varende vissersschip voortgetrokken. Samen met de vleetvisserij kwam ook een einde aan het gebruik van de logger als vissersvaartuig. 

Haring is de doelsoort van haringvissers, het vangstseizoen is van essentieel belang. Elk jaar doorloopt de haring dezelfde cyclus. In de wintermaanden eet de vis niet en vermagert, maar in het voorjaar wanneer het water weer warmer wordt, begint plankton (het voedsel van de haring) te groeien en raakt het vetgehalte van de vis door het toenemende voedselaanbod geleidelijk weer op peil. De haring gaat in grote scholen op zoek naar plankton om zich vanaf begin april tot half mei vet te eten en dan groeit het vetgehalte in korte tijd tot boven de 20 procent. Een kwart van zijn gewicht kan uiteindelijk uit vet bestaan. In mei, als de haring een vetpercentage van ongeveer 16 procent heeft bereikt, begint de jaarlijkse periode waarin op maatjesharing wordt gevist. Die duurt doorgaans tot juli. Vanaf juli tot en met oktober vormt de haring hom of kuit, die in december wordt afgezet. 

De route van de haring

Elk jaar trekt de haring volgens een bepaald patroon de Noordzee rond. Achtereenvolgens worden voedselgebieden, paaiplaatsen en overwinteringsgebieden bezocht.

In een document uit 1956 valt het volgende over de haringtrek te lezen.
Voorheen beschouwde men dat de haring van de Noordzee als één grote familie. Deze grote haringfamilie zou ongeveer in de maand mei bij de Shetlands en Orkaden in de Noordzee komen en zich daarna geleidelijk in zuidelijke richting verplaatsen. Bij de Doggersbank vond dan de paai plaats waarna het restant van de haring rond december richting Ruitingen en Dijckbank trok om daarna via de westkust van Engeland door Atlantische Oceaan noordelijk te zwemmen.

1. In januari tot maart in de Firth of Forth

2. In mei tot juni in de Moray-Firth

3. In september tot oktober by de Doggersbank

4. In oktober tot november voor de kust van Norfolk

5. In december tot januari In het Kanaal (bij Dieppe)

De haring migratie door het jaar vanaf mei-juni tot boven de 60e breedtegraad nabij de Shetland eilanden (vanwaar de Hollandse Nieuwe wordt gevangen, in die periode heeft de haring het beste vetgehalte) tot in het najaar vanaf december in het Engels kanaal voor de Franse kust.

Zo zagen de vroegere zeilloggers eruit, geheel voor de zeilen in het begin en in latere jaren voorzien van een motor, dat was een enorme vooruitgang voor die tijd, de vaartijd naar de visgronden kon zo in een kortere tijd worden afgelegd.

Maak jouw eigen website met JouwWeb